Wat betekent de aanscherping van de coronamaatregelen voor de dienstverlening van Woonpunt? U leest het hier.

Ook al is de buurt veranderd, dit is toch mijn thuis


Ellie Gielen

Mevrouw Gielen is een van de langst zittende huurders van Woonpunt. Haar ouders betrokken het huis aan de Burgemeester Boshouwerslaan in de Hoensbroekse wijk Slak in 1927. Dankzij enkele aanpassingen kan zij er op haar 86ste nog steeds zelfstandig wonen.

Handen uit de mouwen

'Mijn ouders kwamen uit Noord-Limburg. Mijn vader was hovenier en kreeg een contract bij staatsmijn Hendrik. Hij legde tuinen aan voor de beambten en onderhield deze. Daarom verhuisden ze naar het zuiden. Eerst kregen ze een woning op Heerlerbaan, maar dat was niet handig. Hij moest namelijk elke dag met de fiets naar Brunssum. Via de woningvereniging kregen ze dit huis in Hoensbroek. Het was een klein, onderkomen huisje, met een aanbouw waar een groentewinkeltje had gezeten. Ze wilden liever een huis aan de overkant. Maar die waren alleen voor de mijnwerkers. Dus staken ze de handen uit de mouwen en knapten het huis op.'


Huurcontract blz 1 B. Boshouwersln 6.jpg

Grote mijnwerkersgezinnen

'Samen met mijn broer en zus groeide ik op in Hoensbroek. Ik had een fijne jeugd. Mijn broer ging naar het internaat, dus hadden mijn zus en ik allebei een eigen slaapkamer. Een luxe in die tijd. Mijn ouders sliepen beneden. Er waren altijd kinderen om mee te spelen, want de mijnwerkersgezinnen waren groot. Tegenover ons woonde een gezin met veertien kinderen! Ook had de wijk alle voorzieningen: een bakker, een slager, een winkeltje voor levensmiddelen en een garen- en fourniturenwinkeltje.'

Veel mantelzorgen

'Toen mijn zus het huis uit ging, bleef ik alleen achter met mijn ouders. Ze waren toen al op leeftijd, ik was immers een nakomertje. Mijn vader had dementie, mijn moeder kreeg kanker. Het mantelzorgen was best pittig, want ik had ook nog een baan bij een elektrozaak. Misschien heb ik daardoor nooit een relatie gehad. Gelukkig hadden we lieve buren, die altijd klaar stonden. Daar zijn er nu nog maar weinig van over. Alleen twee deuren verder wonen nog mensen uit die tijd. De wijk is erg veranderd. Van de nette mijnwerkersbuurt is niet meer veel over. Dat is jammer. Toch hoop ik dat ik hier nog zolang mogelijk kan blijven wonen, het blijft mijn thuis.'