Gesprek met Hub Meulenberg, portefeuillemanager vastgoedsturing, over reductie van energieverbruik

Kosten voor energieverbruik vormen een belangrijke component binnen de betaalbaarheid van het wonen. Onze huurders zijn er dan ook bij gebaat dat wij maatregelen treffen die onze woningen energiezuiniger maken. Maar de afgelopen jaren hebben we onze investeringen noodgedwongen moeten terugschroeven. Hoe zit het dan met die ambitie? ‘Vergeet niet dat Woonpunt de afgelopen jaren veel verouderde woningen heeft gesloopt. Dat heeft een enorme impact gehad op de energieprestatie van het totale woningbezit.’

'We moeten veel meer doen.'
Brancheorganisatie Aedes heeft een jaren geleden een convenant getekend waarin is afgesproken dat de woningvoorraad van corporaties in 2020 gemiddeld energielabel B zou hebben. Nog een paar jaar te gaan. Haalt Woonpunt dat nog?
‘Nee. De sector als geheel gaat het niet halen. Aedes heeft dat convenant ondertekend voordat de Verhuurderheffing een feit werd. Veel corporaties hebben hun investeringen na 2013 fors getemperd. Woonpunt ook. Volgens onze huidige plannen heeft ons woningbezit rond 2030 een gemiddelde energie-index van 1,40, wat neerkomt op energielabel B. Bovendien heeft 80% van ons woningbezit dan een ‘groen’ label, minimaal label C dus.’

En waar staat Woonpunt nu?
‘Nu is nog slechts 46% van ons woningbezit groen. Dus we hebben nog een weg te gaan.’
Hoe doet Woonpunt het in relatie tot andere corporaties?
‘Volgens de Aedes benchmark hadden Limburgse corporaties in 2015 gemiddeld een energie-index van 1,98. Woonpunt zat op 2,11. Qua gasverbruik zit ons woningbezit ongeveer op het Limburgse gemiddelde: 427 kuub tegenover 423 kuub gemiddeld.’

Dat valt nog mee.
‘Ja, maar vergeet niet dat Woonpunt de afgelopen jaren veel verouderde woningen heeft gesloopt. Dat heeft een enorme impact gehad op de energieprestatie van het totale woningbezit.’

De komende jaren gaat Woonpunt minder slopen en nieuw bouwen, de winst moet dus vooral komen van renovatie. Is dat haalbaar?
‘Dat is haalbaar. We hebben in onze meerjarenbegroting voor de komende tien jaar een bedrag van € 200 miljoen ingerekend voor grootschalige renovatie en verbeteringen. Daarvan is € 30 tot € 40 miljoen bestemd voor energiebesparende maatregelen. Daarbovenop hebben we budget opgenomen voor quick wins.’

Wat moet ik me voorstellen bij quick wins?
‘Denk aan complexen die pas over tien of vijftien jaar aan de beurt zijn voor groot onderhoud, maar waar de spouwmuren nog niet zijn geïsoleerd. Daar kunnen we, als er geen technische belemmeringen zijn, snel mee aan de gang. Of woningen waarbij de kozijnen nog van goede kwaliteit zijn maar waar nooit dubbel glas is geplaatst. In die gevallen kun je overwegen om dubbel glas te plaatsen op het moment dat de kozijnen worden geschilderd. Dan wachten we niet op een renovatie. Normaal nemen we energiebesparende maatregelen bij renovatie of groot onderhoud, maar de quick wins zijn relatief simpele maatregelen op een opportuun moment die zich voor Woonpunt en de huurders relatief snel terug verdienen’.

In 2016 heeft Woonpunt ongeveer € 1 miljoen uitgeven aan energiebesparende maatregelen. Genoeg?
‘Nee, dat is te weinig. Het merendeel betreft verwarmingsinstallaties die we sowieso moesten vervangen. Natuurlijk draagt het bij aan energiezuinigheid als je een verouderde verwarmingsketel vervangt door een energiezuiniger exemplaar, maar we moeten veel meer doen. Helaas zat het er in 2016 nog niet in.’


'Je verspeelt altijd iets van je geloofwaardigheid als je op afspraken moet terugkomen.'

Woonpunt heeft enkele renovatieprojecten uitgesteld. Stel dat die toch waren doorgegaan, waren de cijfers van Woonpunt met betrekking tot de energie-index en gasverbruik dan beter geweest?
‘Ja, maar niet veel. Het effect van een enkel renovatieproject van pakweg 170 woningen op de gemiddelde energieprestatie van 17.000 woningen is marginaal. Je ziet die verschuivingen pas over enkele jaren, als we meer en meer woningen onder handen hebben genomen. Verduurzaming is een kwestie van lange adem en wil je serieuze ambities waarmaken, dan vraagt dat langdurig investeren.’


Je zegt dat Woonpunt de komende tien jaar € 30 tot € 40 miljoen gaat uitgeven aan duurzaamheid. Maar zulke plannen had Woonpunt enkele jaren geleden ook. Kun je je voorstellen dat huurders en andere stakeholders daar nu sceptisch over zijn?
‘Ja, dat kan ik me voorstellen. Als je noodgedwongen moet terugkomen op afspraken verspeel je altijd iets van je geloofwaardigheid. Onze huidige meerjarenbegroting bevat geen rare beloftes die we niet kunnen waarmaken. We hebben een reële begroting op basis van een reële planning. We gaan de komende tien jaar weliswaar gemiddeld per woning meer uitgeven aan renovatie dan gebruikelijk is in de sector, maar wij hebben dan ook een inhaalslag te maken. Ik denk dat we gewoon aan de slag moeten gaan in 2017. Dan komt dat vertrouwen wel terug.’

Tot slot: welke rol heeft de huurder bij energiebesparing en wat doet Woonpunt daar aan?
‘De huurder is degene met zijn hand aan de thermostaat. Hij heeft dus zeker invloed. In Heerlen hebben we goed ervaringen opgedaan met energieteams die bij huurders langs gaan om tips te geven en energiebesparende materialen achter te laten. Uit de evaluatie blijkt dat het werkt, dus in Maastricht zijn soortgelijke plannen, samen met de gemeente en collega-corporaties.’



Reductie van energieverbruik

Zijn we tevreden?

Realisatie energiebesparende maatregelen
Reductie CO2-uitstoot
Reductie gasverbruik
Bewustwording bij huurders


Wat gaat goed?

  • We zijn tevreden over de deelname van 1.013 huurders aan de energieteams in Heerlen,waarbij ze energiebesparende tips en middelen kregen (radiatorfolie, spaarlampen, etc). Woonpunt betaalde € 20,- per huurder, de huurder bespaart naar schatting € 135,- per jaar. De aanpak is inmiddels ook opgenomen in de prestatieafspraken met Gemeente Maastricht


Wat kan beter?

  • De oorspronkelijke doelstelling – gemiddeld label B in 2020 – wordt door de sector niet gehaald. Met de huidige plannen moet 2030 voor Woonpunt haalbaar zijn. De komende jaren wil Woonpunt een achterstand op de eigen ambitie inhalen.
  • Reductie van CO2-uitstoot en gasverbruik liggen redelijk op koers en het gemiddelde energielabel ligt niet ver af van het gemiddelde van andere corporaties in Limburg, maar de winst die we boekten, komt vooral door sloop en nieuwbouw.