Gesprek met John van Geel, voorzitter HBV Woonbelang

HBV Woonbelang heeft in 2016 volwaardig meegedraaid in het proces rondom prestatieafspraken. Hoe hebben ze dat beleefd? En welke thema’s houdt de HBV op dit moment het meest bezig? ‘Het was een rijdende trein waarop we zijn gesprongen, maar door de medewerking van de ambtenaren en Bert Vrolijk is dat prima gegaan.’

'Als de Verhuurderheffing omhoog gaat, houd ik mijn hart vast.'
Wat vindt u ervan dat huurdersverenigingen een formele positie hebben bij de prestatieafspraken?
‘Dat is goed voor huurders. Vroeger kreeg je als HBV een brief waarin stond wat de corporatie en gemeente hadden afgesproken en daar kon je dan op reageren. Nu praten we aan de voorkant mee, waardoor we een paar punten hebben kunnen scoren.’

Zoals?
‘In Maastricht waren alleenstaande huurders die geen recht hebben op huurtoeslag aangewezen op het segment boven de tweede aftoppingsgrens. Als huurdersvereniging waren we bang dat de doorstroming daardoor zou stagneren. Waarom verhuizen naar een andere woning als je flink meer per maand gaat betalen? We hebben nu afgesproken dat de Maastrichtse corporaties ook deze doelgroep toegang geeft tot het aanbod onder de tweede aftoppingsgrens.’

Zijn er nog meer onderwerpen waar de HBV aandacht voor heeft gevraagd?
‘De samenwerking tussen de gemeente en de corporaties op het gebied van WMO. Die kan soepeler. Plus: er mag meer werk worden gemaakt van het wegwerken van wachtlijsten. Uit het onderzoek van PC Kwadraat blijkt dan wel dat Maastricht twaalfhonderd WMO-woningen heeft en er op termijn maar duizend nodig zijn, er is nog steeds een wachtlijst! Hetzelfde geldt voor fokuswoningen, dat zijn woningen voor mensen met een zware handicap. Daarvan hebben we er in Maastricht 39. Er staan 26 mensen op de wachtlijst voor zo’n woning, waarvan er zes in een benarde situatie zitten! Als we die mensen al niet kunnen helpen, waar zijn we dan mee bezig als stad?’

Hoe heeft u het proces van de prestatieafspraken beleefd?
‘Dat is in grote openheid gegaan. Wij konden de ambtenaren van de wethouder gewoon bellen als we vragen hadden of iets niet begrepen. Dan werd dat helder uitgelegd. Hetzelfde geldt trouwens voor Bert Vrolijk van Woonpunt, die ons in het proces heeft meegenomen. Het was een rijdende trein waarop we zijn gesprongen, maar door de medewerking van de ambtenaren en Bert Vrolijk is dat prima gegaan. Die Bert gaan we nog missen als hij dit jaar met pensioen gaat.’

'Een externe firma heeft geen boodschap aan wat er achter de voordeur gebeurt.'

U heeft ook nog een huurdersconferentie gehouden voor uw achterban.
‘Klopt. Daar zijn aardig wat huurders op afgekomen. De wethouder en de corporatiebestuurders waren bereid om daar uitleg te geven, evenals de Woonbond. Veel aanwezige huurders hebben na afloop gezegd dat ze blij waren dat ze waren gekomen.’

In 2016 heeft Woonpunt maatregelen genomen om de betaalbaarheid te verbeteren – het aftoppen van de streefhuren, gematigde huurverhoging. Is dat voldoende in uw ogen?
‘Tussen 2012 en 2015 was het rampzalig gesteld met de betaalbaarheid. Er waren mensen die in die periode 17% meer huur zijn gaan betalen. Allemaal te danken aan Den Haag. Corporaties en huurdersverenigingen doen hun best om het tij te keren en dat is deels gelukt, maar één partij die op het moment van dit interview aan de coalitiegesprekken deelneemt, wil de Verhuurderheffing optrekken van 1,7 miljard naar meer dan 4 miljard! Woonpunt zit momenteel qua huurverhoging iets onder de vastgestelde normen, maar als die heffing omhoog gaat, houd ik mijn hart vast.’

Wat vindt u van de rol die Woonpunt tegenwoordig vervult als het gaat om leefbaarheid: minder taken overnemen, meer signaleren en activeren.
‘Dat vind ik erg goed. Huurders moeten er nog aan wennen, ze moeten leren dat het anders moet. En dat opvoeden kost medewerkers van Woonpunt veel tijd. Ik zie wijkbeheerder Angelo van Kan hier het vuur uit zijn schoenen rennen. En dat blijft nog wel even zo. Wij zijn op dit moment betrokken bij een pilotproject in de wijk Mariaberg, waarbij we de huurders van alle corporaties bij elkaar brengen om te kijken wat eruit te halen valt als we de handen ineen slaan. Overigens kun je veel aan huurders zelf overlaten – elkaar aanspreken op gedrag – maar zware criminaliteit kunnen huurders niet corrigeren. Wat dat betreft is het goed dat Woonpunt samen met huurders en andere professionals participeert in de Veilige Buurten Teams.’

Hoe ervaart u de dialoog en samenwerking met Woonpunt?
‘Woonpunt heeft de afgelopen twee jaar in een vervelende situatie gezeten, maar de communicatie is altijd open geweest. En als ik vragen heb of het ergens niet mee eens ben, pak ik de telefoon en bel ik Mirjam Depondt. Daar ben ik altijd welkom.’

Welke thema’s worden voor u als HBV de komende jaren belangrijk?
‘Betaalbaarheid, beschikbaarheid en wonen en zorg. Die drie hangen met elkaar samen. Wat dat betreft ben ik sceptischer over de tijdelijke behoefte aan extra sociale huurwoningen. Uit het onderzoek van ABF blijkt dat er tot 2021 nog een behoefte aan extra sociale huurwoningen is en daarna niet meer, omdat de bevolking dan krimpt. Nou, als de bevolkingsprognoses van vijf jaar geleden en die van nu naast elkaar legt, zie je flinke verschuivingen. Ik moet nog zien hoe tijdelijk die behoefte daadwerkelijk gaat zijn. Het zou mij niet verbazen als we daar nog aanpassingen in gaan zien.’

Wat vindt u van de discussie over bedrijfslasten bij corporaties?
‘Daar moet aandacht voor zijn, maar ik zou het jammer vinden als Woonpunt een heleboel werk gaat uitbesteden, zoals bijvoorbeeld de onderhoudsdienst. Iemand van een externe firma heeft geen boodschap aan wat hij achter de voordeur aantreft. Het persoonlijke contact is wezenlijk voor je band met huurders. Plus: de vraag is of het qua kosten iets scheelt. Je mag het dan alleen bij de schroefjes en boutjes optellen in plaats van bij je bedrijfslasten.’

Heeft u als HBV ook een rol als het gaat om klachten over dienstverlening?
‘Wij komen in eerste instantie op voor de belangen van alle huurders, dus oefenen we vooral invloed uit op het gebied van betaalbaarheid, wonen en zorg en andere beleidsthema’s. Als we individuele klachten tegenkomen, leggen de we die doorgaans daar neer waar ze thuishoren. In sommige gevallen bemoeien we ons ermee. Zo was er een mevrouw die met haar scootmobiel per ongeluk een deuk in een poort had gereden. De opzichter van Woonpunt had gezegd dat ze het zelf moest betalen. Die arme mevrouw kwam hier huilend haar verhaal doen. Toen hebben wij gezegd: maak u geen zorgen, dat regelt de verzekering wel. Dat was een leermoment voor iedereen.’

Ook voor die opzichter?
‘Zeker. Die heeft hier gebeld om te vragen of hij het goed had opgelost. Technische medewerkers van Woonpunt mogen soms wel eens wat socialer zijn. Daar hebben ze afgelopen jaar ook cursus voor gehad. Ik heb daar meteen resultaat van gezien. Er was een technisch medewerker van Woonpunt die ze hier voorheen het liefst de straat uit hadden gejaagd. Nu drinkt hij gezellig een kopje koffie met de bewoners!’




Samenwerking en dialoog met stakeholders

Zijn we tevreden?

Samenwerking en dialoog met stakeholders
Samenwerking met huurdersbelangenverenigingen
Samenwerking met gemeentes
Samenwerking met zorgpartijen
Samenwerking met overige ketenpartners op operationeel-tactisch niveau


Wat gaat goed?

  • De samenwerking met de huurdersverenigingen op bestuurlijk, tactisch en operationeel niveau.
  • De samenwerking met ketenpartners als het gaat om zaken als veiligheid in de buurt, het voorkomen van huisuitzettingen, het signaleren en doorgeven van problemen achter de voordeur.
  • De samenwerking met zorgpartijen rondom het oplossen van vastgoedvraagstukken.


Wat kan beter?

  • Corporaties en gemeentes kunnen huurdersverenigingen nog beter meenemen in het proces van de prestatieafspraken, zodat ze ambities uit de nieuwe woningwet ook worden waargemaakt.
  • Woonpunt kan stakeholders nauwer betrekken bij het formuleren van de strategie. In de loop van 2017 doen we dat bij het opstellen van de meerjarenstrategie 2018 – 2021.
  • Nadat we in 2015 verwachtingen m.b.t. nieuwbouw en renovatie niet konden waarmaken, en daarmee gemeentes hebben teleurgesteld, werken we nu aan het versterken van de onderlinge relatie.