Zelfredzame en betrokken huurders

 

Een gesprek met Lilian Timmermans, Leon Deumens, Jan Poutsma en Denise Maas (consulent participatie) over bewonersparticipatie

 

Woonpunt betrekt huurders graag bij het werk. Zij zijn immers de ogen en oren in de buurt. Daarom zet consulent participatie Denise Maas zich in om huurders te organiseren. Leon Deumens, Lilian Timmermans en Jan Poutsma startten een jaar geleden zo’n bewonersgroep voor hun flatgebouw aan het Gebrookerplein in Hoensbroek.

'Jeugdoverlast en zwerfafval rondom het gebouw worden eindelijk aangepakt.'


Waarom zijn jullie onlangs een bewonersgroep gestart?
Leon Deumens: ‘We waren dat niet van plan. Het was sfeerloos in het flatgebouw. Veel mensen liepen elkaar voorbij zonder te groeten. We organiseerden een burendag, zodat iedereen elkaar kon leren kennen.’

Lilian Timmermans: ‘Tijdens die burendag noteerde ik een aantal punten die de bewoners stoorden. Dat lijstje stuurde ik naar Woonpunt. Klaar, dacht ik. Maar helaas werd daar niet direct actie ondernomen.’

Denise Maas: ‘Ik raadde ze aan om zich te organiseren. Dan sta je steviger. Ze moesten ook zelf aan de slag.’

Leon Deumens: ‘Toen we de bewonersgroep waren gestart, kwamen er andere zaken bij die we ook belangrijk vinden. Zoals de omgeving van het flatgebouw. En dus namen we contact op met HBV Groot Hoensbroek. Die heeft veel power.’

 

Als die zoveel power hebben, waarom wilden jullie dan daarnaast een bewonersgroep?
Leon Deumens: ‘Wij willen er vooral zijn voor het organiseren van dingen om de samenhang te verbeteren. We kunnen de problemen niet oplossen. De HBV kan daar een veel actievere rol in spelen. Nu zij zich er actief tegenaan bemoeien, merken we direct dat we samen met hen meer gedaan krijgen. Zo hadden we onlangs een buurtschouw met Denise, de HBV, de stadsdeelcoördinator van de gemeente en de eigenaar van de supermarkt onder onze flat. En nu wordt eindelijk de jeugdoverlast en het zwerfafval rondom het gebouw aangepakt.’

'We hebben samen de overgebleven bakken geverfd, zodat ze er weer netjes uitzien.'

 

Waar zijn jullie tot nu het meest trots op?
Jan Poutsma: ‘We hebben dit najaar de groenvoorziening op de daktuin aangepakt. Het was al 15 jaar een grote betonnen vlakte. De betonnen bloembakken stonden altijd vol onkruid. We wilden een groot deel van de bakken weghalen. Woonpunt had laten weten dat dit alleen met een hijskraan kon en dat daar geen geld voor was. Dus toen hebben we ze zelf naar beneden gesleept. Dat was achteraf niet zo verstandig. Ik heb 2 maanden mank gelopen. Gelukkig kregen we hulp van verschillende medebewoners. We hebben samen de overgebleven bakken geverfd, zodat ze er weer netjes uitzien. Vervolgens hebben we er planten in gezet. Dat was mogelijk met een bijdrage van het Oranjefonds. Het is een fijn uitzicht nu. Verder hebben we op het daktuin een zitje gemaakt voor meer onderling contact. Ik vind het leuk om te zien dat oudere mensen daar even gaan zitten in de zon.’

 

Voelen jullie je ook gesteund door Woonpunt?
Leon Deumens: ‘Door Denise Maas wel, maar verder is het contact moeizaam. Net als bij andere woningcorporaties bel je je wezenloos. Ik had een tijd geleden tuinafval weggehaald uit de gezamenlijke plantenbakken. Dat wilde ik kwijt. Het kostte me veel moeite om Woonpunt ervan te overtuigen dat zij dit moest afvoeren.’

Denise Maas: ‘Het is zeker geen onwil van mijn collega’s. De technisch opzichters zijn overbelast. Veel van de vragen die bij mij binnen komen, gaan over techniek. Ik zie dat ze me willen helpen, maar het ontbreekt ze aan tijd. Bij mijn collega’s van wijkbeheer merk ik dat er vermoeidheid optreedt. De overlastproblematiek neemt toe en wordt zwaarder. Het is frustrerend voor ze dat ze niet meer alles kunnen oplossen. Ik probeer ze dan op te op te peppen door samen problemen aan te pakken.’

 

'De technisch opzichters zijn overbelast. Ik zie dat ze me willen helpen, maar het ontbreekt ze aan tijd.'

 

Sinds een aantal jaar zetten we als corporaties in op de zelfredzaamheid van de huurders. Slagen we daarin?
Denise Maas: ‘Ik doe dat niet omdat de overheid ons daartoe dwingt. Zo zit ik niet in elkaar. Ik ben in de buurt en ik luister naar de mensen. Als je goed luistert, dan signaleer je de problemen. En wat mij betreft: hoe moeilijker, hoe leuker. Maar mensen moeten het wel zien als hun probleem. We hebben ze jarenlang verwend door alles uit handen te nemen. Nu moeten we een omslag maken.’

 

Is het wenselijk om huurders meer te organiseren?
Denise Maas: ‘Jazeker. Voor mij is het handig om een aanspreekpunt te hebben in een buurt. Dat verplicht me om er regelmatig langs te gaan. Mijn werk gaat over prettig wonen. De bewoners beschikken over de expertise. Zij weten hoe het is om in een bepaalde woning of buurt te wonen. Wij hebben die kennis niet. Als de bewoners tevreden zijn, dan is Woonpunt ook tevreden. Een prettige buurt is bovendien beter voor de verhuurbaarheid van de woningen. Meer betrokkenheid scheelt in de beheerkosten.’

 

De HBV’s en BOC’s hebben bij het bepalen van strategie aangegeven dat ze leefbaarheid en dienstverlening de belangrijkste thema’s vinden voor de komende jaren. Zijn jullie het daar mee eens?
Leon Deumens: ‘We hopen op een verbetering van de leefbaarheid. Ons flatgebouw zit nu een beetje in een vergeethoekje. Maar ik denk dat we er zelf nog actief achteraan moeten zitten.’

 

Wat moet Woonpunt dan doen op het vlak van dienstverlening?
Lilian Timmermans: ‘Het contact heen en weer gaat uitstekend. Als ik bel over een reparatie dan word ik goed geholpen. Maar als ik een moeilijkere vraag heb, dan wordt het direct moeizamer. Dat kan beter.’

 

We zeggen in onze strategie dat we ‘luisteren naar bewoners, weten wat er speelt in de buurt, daarop samen met bewoners en andere partijen actie ondernemen’. Herkennen jullie dit?
Leon Deumens: ‘Nu wel. Dat was een paar jaar geleden wel anders.’

Denise Maas: ‘Ik ga altijd met mensen in gesprek. Dan probeer ik te achterhalen of een klacht reëel is of alleen een roep om aandacht. Is het reële klacht? Dan ik pak hem op. Sommige mensen hebben gewoon behoefte aan aandacht. Ook de mensen die het goed doen. Dan ga ik daar af en toe even langs. Zo had ik een onlangs een mevrouw die heel boos was omdat ik ergens anders een bloemetje had gebracht. Zij vond dat zij die ook verdiende. Ik ben daar drie kwartier geweest en toen ik wegging, viel ze me om de nek. Ze moest gewoon even haar frustratie uitten.’

 

Woonpunt wil graag meer jonge mensen activeren om zich in te zetten voor de wijk en de huurdersbelangen. Lukt dat?
Leon Deumens: ‘Jongeren zijn lastiger aan je te binden. Ze verhuizen sneller en hebben daardoor minder binding met de wijk.’

Denise Maas: ‘Deze bewonersgroep is heel open. Ze willen graag contacten leggen. Sommige clubjes zijn meer naar binnen gericht dan bind je ook minder snel nieuwe, jonge mensen aan je.’

 

We mogen circa 125 euro per sociale huurwoning uitgeven aan leefbaarheid per jaar. Is dat voldoende?
​​Denise Maas: ‘Er zijn weinig geldpotjes voor sociale activiteiten van huurders. Mensen willen graag leuke dingen organiseren, maar dat mogen wij als corporatie niet meer ondersteunen. Ik vind het erg dat we als woningcorporatie niet meer mogen bijdragen aan gezelligheidsactiviteiten. De mensen in de wijken hebben daar last van. Pas geleden klopten twee dames bij me aan omdat ze een paasactiviteit wilden organiseren voor de 100 kinderen in de buurt. Daar moet ik dan nee op zeggen. Uiteindelijk hebben ze een opschoonactie georganiseerd, waar helaas maar weinig mensen op af kwamen. Gelukkig waren ze wel creatief en is die paasactiviteit er toch gekomen.’

Lilian Timmermans: ‘Als je weet wat wel en niet kan, dan ga je oplossingen zoeken.’

 

'Als je weet wat wel en niet kan, dan ga je oplossingen zoeken.'

 

Zijn we tevreden?

Zelfredzame en betrokken huurders
Samenwerking met de bewonersoverlegcommissies
Inzet van wijkbeheerders op schoon, heel en veilig

 

 

Wat gaat goed?

  • De deelname van onze wijkbeheerders in de Veilige Buurten Teams (Maastricht) en de Buurtteams Plus (Heerlen) is een schoolvoorbeeld van samenwerking tussen partners op operationeel-tactisch niveau. Door de bundeling van krachten van de woningcorporatie, politie, zorg- en welzijnsinstanties, bewoners en gemeente kunnen problemen snel worden aangepakt.
  • Ook de samenwerking met netwerkpartners om problemen in een vroeg stadium te signaleren en te voorkomen i.p.v. op te lossen gaat goed.
  • Het aantal betrokken bewoners in wijken/buurten dat een actieve bijdrage levert aan de leefbaarheid buiten formele bewonersoverlegcommissies stijgt. In 2017 is dat aantal gestegen van 91 naar 112.
  • Eind 2017 hebben we onze strategische visie voor de jaren 2018 – 2022 opgesteld. De eerste twee speerpunten daarin zijn ‘We betrekken onze huurders meer bij ons werk’ en ‘We investeren in leefbaarheid’. Deze twee speerpunten zijn door onze huurdersverenigingen en bewonersoverlegcommissies nadrukkelijk als prioriteiten benoemd. In 2018 gaan we deze handen en voeten geven, samen met bewoners.
  • Het gebruik van het eigen woonwensenfonds. 395 huurders hebben een beroep gedaan op ons ‘potje’ om het wonen aangenamer te maken. Dat is zo’n tien procent meer dan vorig jaar. De toename zit ‘m vooral in het aantal aanvragen voor kleine woningaanpassingen die niet worden vergoed door de WMO, maar die wel het verschil kunnen maken tussen behelpen en prettig wonen. Het aantal bewonersinitiatieven en aanvragen voor aanpassingen in de openbare ruimte zijn gelijk gebleven ten opzichte van 2016. In totaal honoreerden we 303 woonwensen in 2017. Totale besteding: € 94.601. 

 

Wat kan beter?

  • Wijkbeheerders krijgen in 2018 nog een training waarin ze leren omgaan met bewoners die wel klagen over de leefbaarheid, maar die zelf geen enkele verantwoordelijkheid willen nemen.
  • De wijkbeheerders hebben in 2017 twee belangrijke trainingen gevolgd. De eerste was gericht op effectieve communicatie: hoe spreek je bewoners aan op hun gedrag? Hoe zorg je ervoor dat je hen tot actie motiveert in plaats van dat de hakken in het zand gaan? De tweede training was gericht op de inzet van wijkbeheerders op de schoonmaak in complexen. Woonpunt heeft de schoonmaak van algemene ruimtes in 2017 opnieuw aanbesteed, waarbij de wijkbeheerders een rol hebben in de controle van de werkzaamheden. Hoewel de kwaliteit van de schoonmaakwerkzaamheden nog zeker niet voldoende is, zijn de wijkbeheerders nu voldoende uitgerust om hun controletaken uit te voeren. De huurdersverenigingen hebben bij dit laatste traject door hun constructieve houding een belangrijke bijdrage geleverd. Zij waren de ogen en oren in onze complexen en wezen ons erop wanneer de kwaliteit van de schoonmaak nog niet aan de maat was.