WP-Commissaris-Ria-Doedel-108.jpg
Artikel leestijd5 min. leestijd
In gesprek met commissaris Ria Doedel

‘Belangstelling voor de klant kost geen cent’

Onlangs is de raad van commissarissen uitgebreid met Ria Doedel, die tot half 2019 directeur is bij Waterleiding Maatschappij Limburg (WML). Zij zit op voordracht van de huurdersverenigingen in de rvc van Woonpunt.

Wie is Ria Doedel?

‘Ik woon in Eijsden en ben moeder van drie kinderen die al lang en breed het huis uit zijn. De afgelopen dertien jaar was ik directeur van WML. Daar ga ik binnenkort mee stoppen. Ik heb gereageerd op de vacature voor commissaris bij Woonpunt omdat ik sociale huisvesting een groot goed vind. Ik ben trots op hoe we dat in Nederland geregeld hebben, met kwalitatief goede woningen voor mensen die het niet zo breed hebben. Het is eervol om daaraan te mogen bijdragen.’

U bent trots op het Nederlandse stelsel van sociale huisvesting. Maar heeft u ook zorgen over hoe het nu met volkshuisvesting is gesteld?

‘Wat me zorgen baart, is de groep die nu tussen wal en schip valt. De mensen die net te veel verdienen om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Die zijn overgeleverd aan de markt. En als er schaarste is, en die is er voor die specifieke groep, dan kan de markt vragen wat ze wil. Sommige commerciële verhuurders vragen duizend euro of meer en verwachten vervolgens ook dat je maandelijks drie keer dat bedrag verdient. Nou, de meeste mensen in de middengroep verdienen dat bij lange na niet. Daarom hoop ik dat corporaties vasthouden aan hun duurdere huurwoningen. Want ik voorspel dat er weer een tijd komt dat de minister vindt dat corporaties er ook voor deze groep moeten zijn. De slinger is eerst hard de ene kant uitgeschoten en straks schiet hij weer terug. Het is ook een reële taak voor corporaties, vind ik. Want je kunt wel zeggen: u woont scheef, u moet eigenlijk naar een andere woning verhuizen. Maar die woning is er vaak helemaal niet!’

'Woonpunt heeft nu een duidelijke koers'

Wat is uw beeld van Woonpunt?

‘Mijn eerste indruk is dat Woonpunt nu een duidelijke koers heeft. Iedereen weet welke kant het op moet. Wat ik ook sterk vind, is dat Woonpunt nu duidelijk ervoor heeft gekozen om de klant centraal te stellen. Het vertrouwen van huurders moet worden teruggewonnen. Daar is de koers op gericht. Dat zijn goede keuzes. Tegelijk zie ik dat er nog wel wat slagen te maken zijn om van Woonpunt een professionele organisatie te maken. Dat is ook niet erg. Je kunt niet alles in één keer doen. De organisatie moet het ook kunnen meemaken. De weg naar voren is in elk geval ingezet. Wat me trouwens opvalt als ik bij Woonpunt ben, is de goeie energie die er hangt. Hoe mensen met elkaar samenwerken.’

U heeft als directeur bij WML ook een reorganisatie doorgevoerd. Hoe is dat gegaan?

‘Ik kwam hier in 2007. Er waren geen grote problemen – er kwam water uit de kraan in Limburg en er waren geen grote financiële problemen – maar tegelijk constateerde ik dat het bedrijf nogal ouderwets werd gerund, met als gevolg nogal hoge kosten. Er was ook sprake van een eilandencultuur; medewerkers deden hun eigen ding, maar maakten zich geen zorgen over wat er voor of na hen gebeurde in het proces. Toen moest ons financieel informatiesysteem worden vervangen en dat moment heb ik aangegrepen om onze manier van werken te veranderen. We zijn van functiegericht naar procesgericht werken gegaan. Dat hebben we van onderop aangepakt: eerst kijken naar hoe we willen werken, daarna de werkprocessen uittekenen en pas daarna de organisatie opnieuw ingericht.’

Dat ging niet zonder slag of stoot zeker?

‘Nee. Een gevolg van die reorganisatie was dat we ons werk met 15 procent minder personeel konden doen. Dat viel aanvankelijk niet zo in goede aarde. Mensen waren bang voor de verandering. Bang om hun baan te verliezen. Je moet weten: WML is een bedrijf waar mensen hun hele leven bleven werken. Ook als hun werkzaamheden kwamen te vervallen dan kregen ze wat taken toebedeeld en mochten ze blijven. Er liepen hier mensen rond zonder een vastgestelde functie. Toen de plannen bekend werden, hebben mensen gelekt naar de pers. Er kwamen wat vervelende berichten in de krant. Wij hebben met een eigen job center alle 21 medewerkers die boventallig werden aan een nieuwe baan geholpen. Inmiddels moet iedereen toch wel toegeven dat de reorganisatie een goed resultaat heeft opgeleverd.’

'we zijn een lerende organisatie'

Is dat ook waar u als directeur van WML het meest trots op bent?

‘Het meest trots ben ik op het feit dat we van WML echt een lerende organisatie hebben gemaakt. Iedereen roept dat altijd: we zijn een lerende organisatie! Hier zie je echt mensen voortdurend aan de slag om de organisatie te verbeteren zonder dat het van bovenaf is opgelegd. Een lerende organisatie word je echt niet zomaar. Eerst hebben we na de reorganisatie de basis op orde gebracht. Gezorgd dat de basisprocessen prima verlopen. Dan heb je daarna ook tijd en energie over om continu te verbeteren en optimaliseren. We hebben een paar jaar geleden hier de methodiek Blijvend Verbeteren geïntroduceerd. Het eerste jaar gingen de experts van Blijvend Verbeteren aan de slag en keken collega’s van WML mee. Het tweede jaar gingen die collega’s aan de slag en keken de experts van Blijvend Verbeteren mee. Vanaf het derde jaar deden we het helemaal zelf. Dat is trouwens ook een onderdeel van de lerende organisatie: we huren experts van buitenaf in en maken ons de kennis eigen door met hen samen te werken. We moeten het uiteindelijk zelf kunnen. Op die manier hebben we onze advieskosten met meer dan de helft kunnen terugbrengen. Ook voor medewerkers is dat fijn, want die leren constant iets nieuws.’

Wat vind u van de manier waarop Den Haag omgaat met de corporaties?

‘Het kabinet heeft de corporaties flink aan banden gelegd. Ze hebben nauwelijks nog speelruimte. Dat is misschien begrijpelijk als je naar de schandalen en incidenten kijkt, maar de vraag is of ze de juiste maatregelen hebben genomen. Het probleem zat ‘m vooral in bestuurders die hun gang konden gaan, die door niemand een strobreed in de weg werd gelegd. Dat los je niet op met allerlei regels. De verhuurderheffing bijvoorbeeld, beperkt alle bewegingsruimte voor woningcorporaties. Minister Ollongren loopt daar nu ook tegenaan: aan de ene kant wil ze dat corporaties gaan bouwen en hun woningen energiezuiniger maken, aan de andere kant begrijpt ze ook dat dat niet kan als corporaties elk jaar miljoenen en miljoenen naar Den Haag moeten overmaken. Hopelijk staat Ollongren open voor die boodschap.’

Tot slot: waar moet Woonpunt staan over pakweg vier jaar?

‘Over vier jaar heeft Woonpunt het huis helemaal op orde. Dan ervaart de klant een goed functionerend proces als hij een woning huurt, een reparatie doorgeeft of overlast meldt. Dan is Woonpunt ook weer veel zichtbaarder in de wijken. Dan hebben bewoners het gevoel dat Woonpunt echt geïnteresseerd is in hen. Dan zijn alle medewerkers van Woonpunt wezenlijk geïnteresseerd in wat huurders willen en nodig hebben. Die belangstelling voor de klant kost immers geen cent.’

Go Ria!

Andere artikelen

Aanrader: meeloop stage!

Artikel
Artikel leestijd3 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
WP-Jo-Jacqueline-102-vierkant-cd20c069.jpg
Ambitie
Artikel leestijd3 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
Welkom_neon-6cdfa51b.jpg
Interview
Artikel leestijd4 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
WP-Jean-Marie-Evers-106-f19766d9.jpg
Interview
Artikel leestijd3 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
Buurtcoordinator-70afae29.jpg
Artikel
Artikel leestijd4 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
WP-Petra-Zinken-110-67ea49f0.jpg
Artikel
Artikel leestijd2 min. leestijd
Artikel gelezengelezen

commissaris Ria Doedel

Interview
Artikel leestijd5 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
Made by Zuiderlicht