WP-Marie-Therese-Dubbeldam-108 web.jpg
Artikel leestijd6 min. leestijd
Interview Marie-Thérèse Dubbeldam

‘Wij moeten het beste uit onszelf halen’

Op 1 november startte Marie-Thérèse Dubbeldam als bestuurder bij Woonpunt. Hoe heeft zij haar eerste zes weken ervaren?

Wat zijn je eerste indrukken van Woonpunt?

Ik heb me meteen heel erg welkom gevoeld. Mensen zijn heel warm en collegiaal naar elkaar. Ik ben Woonpunt nog aan het ontdekken. Elke dag kom ik nieuwe mensen en nieuwe dingen tegen. Ik zie veel dynamiek, veel verandering. Mijn eerste indruk is dat er een enorme opgave ligt, dat er nog veel moet gebeuren. Ik zie bijvoorbeeld dat we klantgericht willen zijn, maar niet zo goed weten wat dat voor ons betekent. Ook vragen leidinggevenden zich af hoe ze medewerkers daarin kunnen meenemen.’

Bij Laurentius heb je daar ook ervaring in opgedaan.

‘Ja, daar hebben we echt de kanteling gemaakt van een steengerichte organisatie naar een mensgerichte. Medewerkers die jarenlang alles technisch instaken, moesten ineens leren om een gesprek te voeren met bewoners. Dat begon intern, met feedbacktrainingen tussen collega’s. Wat ik in het begin veel hoorde, was: “Dat gaat van mijn werktijd af!” Maar zoals we vorige week ook van Marc Lammers hebben gehoord: je moet trainen om te winnen. En dat trainen doe je niet met bewoners, maar met elkaar. Daarna kun je de wedstrijd in.’

'Wij zijn er voor bewoners. Niet omgedraaid.'

Wat zie je dan concreet bij Woonpunt dat anders kan?

‘Laat ik voorop stellen dat ik echt het gevoel heb dat medewerkers het beste met de bewoners voor hebben, maar dat betekent nog niet dat iedereen ook vanuit de huurder denkt. Eén blik op de klachtenrapportage zegt genoeg. Een heleboel medewerkers doen het uit zichzelf al heel goed, maar anderen hebben er moeite mee om zich te verplaatsen in de bewoners. Hoe zou je het zelf vinden als Ziggo je kabelaansluiting drie dagen later komt repareren dan afgesproken? En ook nog zonder iets te laten weten? Ik zeg niet dat een bewoner nooit mag wachten, maar ze hoeven niet in onzekerheid te zitten. Ze hebben er recht op om op de hoogte gehouden te worden. Wij zijn er voor hen, niet omgedraaid.’

Hoorde je bij Laurentius ook vaak: “Waarom moeten we veranderen? Het gaat toch goed zoals het gaat?”

‘Ja. Vanuit het verleden bezien, was het ook goed. Maar de wereld staat niet stil. Bewoners veranderen. Ze verwachten heel andere dingen. Ze zijn veel mondiger dan vroeger en weten precies wat hun rechten zijn. Ik vind dat een goede ontwikkeling. Laat bewoners zelf vertellen wat ze belangrijk vinden.’

Iets anders: jij en Guido zijn twee kapiteins op één schip. Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie één koers varen?

‘Ja, wij zijn twee gelijkwaardige kapiteins op één schip, dat klopt. Het is juist heel fijn om elkaar daarin te kunnen steunen en afwisselen. Dat doen we onder andere door de rol van kapitein en eerste stuurman af te wisselen. Die rol van eerste stuurman moet je niet onderschatten. Die kijkt mee, steunt en stelt vragen om er zeker van te zijn dat we nog op koers liggen. Ik ben heel lang de enige kapitein geweest, op een iets kleiner schip weliswaar. Dat was soms een eenzame positie, hoor. Je staat overal alleen voor. Alle grote beslissingen liggen op jouw bordje.’

Je zegt dat jullie die rol afwisselen. Wat moet ik me daar bij voorstellen?

‘We zijn nu bezig met onze taakverdeling. Zoals het er nu naar uitziet, verdelen we de werkgebieden en afdelingen. Dat betekent dat één van ons het eerste aanspreekpunt is voor gemeente X en afdeling Y en de ander voor een andere gemeente en afdeling. Maar als de ene bestuurder er niet is, moet de ander wel meteen kunnen inspringen. Dat vraagt iets van onze onderlinge samenwerking. Daarom laten we ons begeleiden door een coach, want we willen geen ruis op de lijn intern.’

En als er toch ruis op de lijn komt?

‘Als iemand het gevoel heeft dat Guido en ik iets tegengestelds vragen of zeggen, dan vind ik het heel fijn als jullie aan de bel trekken. Ik vind het sowieso heel fijn als medewerkers me aanspreken als er iets is. Daar leer ik alleen maar van.’

Dat is voor jou makkelijk gezegd. Jij bent de bestuurder. Medewerkers kunnen een drempel ervaren om jou aan te spreken. Wat doe jij om die drempel weg te nemen?

‘Ik probeer op verschillende plekken in het gebouw te werken, zodat ik veel verschillende gezichten zie en met verschillende medewerkers in aanraking kom. Als medewerkers een uurtje met me willen praten, dan plan ik dat heel graag in. Ik sta voor iedereen open. Ook ga ik met collega’s op pad, naar buiten, de wijken in. Ik ben met Marjan Knol mee geweest naar een complex waar de spanningen hoog opliepen vanwege overlast. Met Gemma Gerrits ben ik een paar keer mee geweest naar onze HBV’s. En het hele team SO had me uitgenodigd voor hun teamuitje. Zo leer ik medewerkers en bewoners kennen. Trouwens: als ik meega de wijk in, dan doe ik dat een beetje zoals Undercover Boss. Dan trek ik de spijkerbroek aan en mijn sneakers en vraag ik aan collega’s om me bij huurders voor te stellen als Marie-Thérèse die een dagje meeloopt, niet als mevrouw de directeur. Ik wil dat mensen zich op hun gemak voelen als ik over de vloer kom.’

'We zijn dan misschien uit de directe gevarenzone, vergeet niet dat we heel veel willen en moeten doen buiten.'

Waar zie jij als de grootste opgave voor Woonpunt?

‘Ik noemde eerder al het vertalen van klantgerichtheid naar principes en concrete werkafspraken, maar nog belangrijker is misschien wel hoe we onze ambities buiten kunnen waarmaken met het geld dat we hebben. We zijn dan misschien uit de directe gevarenzone, vergeet niet dat we heel veel willen en moeten doen buiten. Er ligt een enorme opgave om de woningen van onze huurders te verbeteren, zowel qua comfort als qua duurzaamheid. Dat kost een heleboel geld en we kunnen de rekening daarvan niet bij de bewoners leggen.’

Hoe bedoel je?

‘Ik bedoel dat zoveel mogelijk van wat huurders elke maand aan ons betalen ook weer terug moet naar de huurder en de woningen en de buurten. Dat betekent dat we toch echt slimmer moeten omgaan met onze tijd en ons geld. Er liggen een heleboel kansen op het gebied van lean, slimme samenwerking, vernieuwen, anders tegen zaken aankijken. Kijk, besturen als er geld zat is, is niet zo moeilijk en bovendien ook niet zo leuk. Want elk probleem los je dan op door er geld aan uit te geven. Door ons beperkte budget moeten wij nu het beste uit onszelf halen, wij allemaal binnen Woonpunt. Ieder van ons moet zijn allerbeste bijdrage leveren aan prettige buurten, goede woningen, tevreden bewoners.’

Go Marie-Thérèse!

Andere artikelen
WP-Marie-Therese-Dubbeldam-108_web-950c09a1.jpg
Interview
Artikel leestijd6 min. leestijd
Artikel gelezengelezen

We kijken vooruit

Artikel
Artikel leestijd6 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
WP-3-Claudias-102_web-3aba7a06.jpg
Ambitie
Artikel leestijd4 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
Woonpunt-gewenstegedrag1-c8ef1254.jpg
Integriteit
Artikel leestijd5 min. leestijd
Artikel gelezengelezen

Elders ervaring opdoen

Ambitie
Artikel leestijd3 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
autumn-1204603_1920-4517eccf.jpg
Interview
Artikel leestijd4 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
Made by Zuiderlicht