ruud.jpg
Artikel leestijd5 min. leestijd
In gesprek met Ruud van den Heuvel

Potentie om de beste te zijn

Ruud van den Heuvel is onlangs benoemd tot manager Klant & Leefbaarheid. Wat bewoog hem te solliciteren op de managersfunctie? En hoe ziet hij de ontwikkeling van de afdeling? ‘Als je niet precies weet wat je werk inhoudt, weet je ook nooit of je het goed doet. Dat levert stress op.’

Je bent binnengekomen als interim-teamleider wijkbeheer. Wat deed je besluiten om te solliciteren op de functie manager Klant & Leefbaarheid?

‘Als tijdelijke leidinggevende ben ik de afgelopen vijftien jaar bij zo’n twintig corporaties aan de slag geweest. Voor korte en langdurige projecten. Altijd als er iets te repareren viel. Als dat vervolgens was gebeurd en de boel liep weer, dan vertrok ik weer. Maar dan begint het eigenlijk pas, met stabiliseren en verder uitbouwen van wat je samen hebt neergezet. Die kans deed zich hier voor. Bovendien: het is naast de deur, dus dat is ook wel eens fijn.'

Naast de deur? Je woont toch in Reuver?

‘Klopt. Vergeleken met de reistijden die ik de afgelopen jaren heb gehad, valt dit reuze mee. Van deur tot deur is het een uurtje en in de trein kan ik elke ochtend fijn mijn mails afhandelen.’

'Ik wil straks de wijken niet zien van de corporaties die leefbaarheid bijna hebben wegbezuinigd.’

En wat sprak je inhoudelijk aan in de functie?

‘Woonpunt heeft de potentie om qua leefbaarheid de beste corporatie van het land te worden. Dat meen ik echt. Er zit zoveel passie, kennis en betrokkenheid. Ze zijn zelfs zo betrokken bij de bewoners dat het hen soms in de weg zit. Daar kun je makkelijker aan werken dan wanneer er veel te weinig betrokkenheid is. En Woonpunt heeft bij de strategie de juiste keuzes gemaakt. Woonpunt begrijpt hoe je deze business moet draaien. Het houdt echt niet op bij het verhuren van de woning. Je moet investeren in leefbaarheid, je kunt niet alles overlaten aan maatschappelijke partners of huurders. Ik wil straks de wijken niet zien van de corporaties die leefbaarheid bijna hebben wegbezuinigd.’

Wat zie je als de grootste uitdagingen op het gebied van leefbaarheid?

‘De grootste uitdaging buiten is helder: er komen steeds meer mensen met problemen in de buurt wonen. Daar moet je als corporatie iets mee. Je kunt niet als een struisvogel je kop in het zand steken daarvoor. Binnen Woonpunt is de grootste uitdaging op dit moment het vertalen van de strategische uitgangspunten naar concrete acties. Klant centraal. Klinkt mooi, maar wat betekent dat concreet voor medewerkers? Je kunt je medewerkers daar niet mee het bos in sturen. Samen gaan we die duidelijkheid creëren.’

Duidelijkheid creëren is sowieso een van je prioriteiten, toch?

‘Ja. Toen ik binnenkwam viel me al snel op dat wijkbeheerders voor van alles worden ingezet. Ik ben met wijkbeheerders meegereden en dan hoorde ik welke vragen ze allemaal krijgen: of ze een nieuwe bewoner even wilden gaan uitleggen waar de fietsenberging precies was. Dat lijkt me geen leefbaarheidsvraagstuk. Ik begrijp ook wel hoe het zo is ontstaan, hoor. Als je jarenlang moet horen dat jouw werk eigenlijk wegbezuinigd zou moeten worden, dan pak je elk vraagstuk aan. Puur uit lijfsbehoud. Maar het gevolg is dat niemand me meer kan vertellen wat het werk van wijkbeheer nu wel en niet inhoudt. En bijgevolg weet je ook niet wanneer je het nou goed doet, en dat levert stress op. Duidelijkheid creëert ook veiligheid. We gaan daarom samen met elkaar nieuwe kaders scheppen. Met samen bedoel ik ook samen met andere afdelingen.’

Hoe voer je dat gesprek met de wijkbeheerders?

‘We hebben eens in de week een sessie die we Ontmoeten, Leren en Werken noemen. Daarin praten we samen over waar de krijtlijnen van ons werk moeten liggen. Dat koppelen we steeds aan missie, visie en strategie. Als de kaders straks duidelijk zijn, vertellen we dat ook aan de organisatie. Dan weten we wat wijkbeheer voor Woonpunt inhoudt, en daar houden wijkbeheerders zich mee bezig. Dat doen we dan ook met de andere teams in de afdeling.’

'Een wijkbeheerder die allerlei dingen doet die niet bij zijn takenpakket horen is eigenlijk asociaal.'

Kun je je voorstellen dat het voor medewerkers soms makkelijker is om iets te doen voor een collega dan om nee te zeggen?

‘Jawel. Maar toch moeten we dat leren met z’n allen. Een wijkbeheerder die allerlei dingen doet die niet bij zijn takenpakket horen, lijkt misschien heel sociaal voor zijn collega’s, maar eigenlijk is hij asociaal. Want hij maakt het lastiger voor andere wijkbeheerders om nee te zeggen. Plus: hoe meer oneigenlijke taken je op je bordje neemt, hoe minder je met je eigenlijke werk bezig bent.’

Hoe maak je zoiets inzichtelijk?

‘Ik ben van de mensen en van de cijfers. Daarmee bedoel ik dat ik graag dingen samen met anderen oppak, en dan vind ik het prettig om te kwantificeren wat we doen. Als je kijkt naar de getallen kun je heel veel leren. Voorbeeld: ik zag dat Woonpunt elk jaar duizenden euro’s betaalt aan het project Buurtbemiddeling, maar dat we afgelopen jaar slechts dertien klachten door hen hadden laten behandelen. Was dat omdat Buurtbemiddeling er niet meer bij kon hebben of omdat wij er te weinig aanleveren? Daar heb ik team Sociaal Beheer op af gestuurd en wat bleek? Buurtbemiddeling zou het liefst zoveel mogelijk overlastklachten behandelen. Ze lossen gemiddeld 60% van de gevallen op, dus daar moeten we veel meer gebruik van gaan maken.’

Kun je het werk van leefbaarheid kwantificeren?

‘Je kunt alles kwantificeren. Voorbeeld: we hebben binnen wijkbeheer afgesproken dat we veel meer proactief willen werken in plaats van reactief, aan de voorkant in plaats van de achterkant. Dus hebben we afgesproken dat wijkbeheerders zich gaan voorstellen aan nieuwe huurders. Ook een manier voor de wijkbeheerder om de klant centraal te stellen. Tijdens die kennismaking kan de wijkbeheerder vertellen hoe we er samen een prettige straat van maken. We spreken af hoeveel nieuwe huurders we op die manier willen bereiken. Dat soort harde afspraken kun je ook maken over de overlastmeldingen. Ik wil trouwens Pim Boh en zijn team een groot compliment maken, want zij zijn maanden geleden begonnen met het verzamelen van cijfers. Daardoor weten we nu precies wat er binnenkomt en waar wij op moeten sturen.’

Waar gaat Woonpunt heen volgens jou?

‘Woonpunt heeft het dal gehad, dus we kunnen alleen nog maar klimmen. We hebben een heleboel potentie in deze organisatie. Maar we moeten het verleden loslaten. Daarmee bedoel ik ook de tijd waarin woningcorporaties praktisch stilstonden. De samenleving is veranderd, de politieke en economische context waarin we ons werk doen ook. We zullen voortdurend ons best moeten doen, voortdurend moeten ontwikkelen. Als wij die kracht van medewerkers inzetten en met z’n allen die professionalisering aandurven, dan kan Woonpunt echt een van de beste van het land worden, daar ben ik van overtuigd.’

Andere artikelen
ruud-b55c1216.jpg
Interview
Artikel leestijd5 min. leestijd
Artikel gelezengelezen

Niet stoken, toch besparen

Project
Artikel leestijd3 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
WP-Thery-Dirven-209-dfb4f815.jpg
Ambitie
Artikel leestijd3 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
Woonpunt-sturenopdata2-59ca207a.jpg
Artikel
Artikel leestijd4 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
WP-Stagiars-Leidenlaan108-6ca61708.jpg
Artikel
Artikel leestijd4 min. leestijd
Artikel gelezengelezen

Waardevolle tips van huurders

Project
Artikel leestijd4 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
WP-Rene-Hinskens-Margraten-104-2fef57fd.jpg
Ambitie
Artikel leestijd2 min. leestijd
Artikel gelezengelezen
Made by Zuiderlicht